ECLI:NL:RVS:2023:289
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand voor AVG-verzoeken
Bij vier besluiten van 24 juli 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand namens een partij aanvragen om toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand afgewezen. Deze toevoegingen betroffen verzoekschriftprocedures op grond van artikel 35 UAVG Pro voor inzage in persoonsgegevens bij verschillende instanties.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van 10 december 2019 wegens een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat er onvoldoende onderbouwing was voor feitelijke of juridische complexiteit die rechtsbijstand noodzakelijk maakt. De rechtbank stelde dat het een eigen keuze is om een advocaat in te schakelen en dat de toegang tot de rechter niet werd onthouden.
In hoger beroep betoogde de appellant dat de rechtbank ten onrechte het Handvest en de AVG niet had toegepast en dat de complexiteit wel was aangetoond. De Raad van State oordeelde dat de raad beoordelingsruimte heeft en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de complexiteit onvoldoende was onderbouwd. Ook oordeelde de Raad dat geen sprake is van schending van artikel 47 Handvest Pro en dat de toegang tot de rechter niet is onthouden.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De raad hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand wegens het ontbreken van feitelijke of juridische complexiteit.