ECLI:NL:RVS:2023:2856
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek tot aanwijzing advocaat en geen dwangsom
Appellant heeft op 24 februari 2020 een verzoek ingediend bij het Informatiepunt van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) om aanwijzing van een advocaat. De NOvA reageerde op 10 maart 2020 met een e-mail waarin werd meegedeeld dat zij geen klachten of individuele zaken in behandeling neemt. Appellant stelde de NOvA vervolgens in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek en maakte bezwaar tegen de reactie van de NOvA.
De NOvA verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en stelde dat de e-mail van 10 maart 2020 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat het niet gericht is op rechtsgevolg en de NOvA niet bevoegd is om op het verzoek te beslissen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek van appellant geen aanvraag is in de zin van artikel 4:17 Awb Pro en dat de NOvA terecht geen dwangsombesluit heeft genomen.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij recht heeft op een dwangsom en dat zijn verzoek wel kan leiden tot een besluit met rechtsgevolg. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit betoog, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de NOvA geen dwangsom verschuldigd is omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. De Afdeling wees ook de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de NOvA is niet gehouden een dwangsom te betalen.