ECLI:NL:RVS:2023:262
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking namen in Wob-verzoek over Ruilverkaveling Staphorst
Appellanten, eigenaren van een agrarisch bedrijf binnen het plangebied van de Ruilverkaveling Staphorst, verzochten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van alle verslagen van vergaderingen van de uitvoeringscommissie en de verkavelingscommissie. De uitvoeringscommissie maakte de verslagen van 2012 tot en met 2019 openbaar, met uitzondering van namen van andere belanghebbenden, leden van de verkavelingscommissie en betrokken ambtenaren die niet uit hoofde van hun functie openbaar treden.
De uitvoeringscommissie motiveerde dit met het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer, mede omdat Staphorst een kleine gemeenschap is waarin iedereen elkaar kent. De rechtbank oordeelde dat deze belangenafweging juist was en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat de verslagen volledig openbaar moeten zijn, onder meer omdat zij vermoeden dat leden van de verkavelingscommissie een eigen belang hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Afdeling benadrukt dat de verkavelingscommissie een adviescommissie is die besloten vergaderde, waarbij geen besluitvorming plaatsvond en leden vrijuit konden spreken zonder rekening te houden met openbaarmaking. Bovendien is het recht op openbaarmaking op grond van de Wob beperkt tot het algemene belang van een goede en democratische bestuursvoering, waarbij de specifieke belangen van verzoekers geen rol spelen.
De Afdeling concludeert dat de uitvoeringscommissie terecht heeft besloten de namen niet openbaar te maken en verklaart het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de uitvoeringscommissie hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van namen bevestigd.