ECLI:NL:RVS:2023:2585
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering wijziging bestemmingsplan met branchebeperking volumineuze detailhandel
Appellant, eigenaar van een perceel te Leek, verzocht om wijziging van het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Leek en Oldebert" om ruimere mogelijkheden voor detailhandel toe te staan, waaronder een supermarkt. De raad van Westerkwartier wees dit verzoek op 24 juni 2020 af vanwege een branchebeperking die volumineuze detailhandel beperkt tot een maximale oppervlakte, met uitzondering van auto’s, boten en caravans.
Appellant voerde aan dat deze beperking in strijd is met de Europese Dienstenrichtlijn, omdat het onderscheid tussen volumineuze en grootschalige detailhandel onduidelijk is en de beperking niet coherent en systematisch wordt nagestreefd. De Afdeling oordeelde dat het perceel niet tot het Grootwinkelplein behoort en dat het onderscheid tussen volumineuze en grootschalige detailhandel duidelijk is vastgelegd in het bestemmingsplan.
De Afdeling stelde vast dat de weigering berust op een dwingende reden van algemeen belang, namelijk het behoud en de versterking van het kernwinkelgebied en het voorkomen van leegstand. De raad heeft dit doel coherent en systematisch nagestreefd en onderbouwd met een gedegen detailhandelsvisie en een ruimtelijk-economisch onderzoek. De branchebeperking is geschikt, evenredig en niet verder gaand dan nodig om het doel te bereiken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot wijziging van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.