ECLI:NL:RVS:2023:2584
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onvoldoende registratie rust- en arbeidstijden transportbedrijf
Een transportbedrijf kreeg van de minister van Infrastructuur en Waterstaat een boete van €20.750 wegens het niet deugdelijk registreren van rust- en arbeidstijden in januari 2018. De Inspectie Leefomgeving en Transport stelde vast dat de M-bestanden en bestuurderskaarten voor meerdere dagen ontbraken, wat de registratieplicht volgens de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer schond.
Het bedrijf stelde in bezwaar en beroep dat de minister onterecht de boete oplegde, onder meer omdat de gebruikte controlemiddelen niet geschikt waren en er slechts één overtreding zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep volgde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht de boete oplegde op basis van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. De gebruikte controlemiddelen, waaronder periodelijsten en salarisstroken, mochten worden ingezet als hulpmiddel bij het vaststellen van de overtredingen. De minister mocht voor alle 18 geconstateerde overtredingen afzonderlijk een boete opleggen. Ook het beroep op een computercrash als verzachtende omstandigheid faalt omdat het bedrijf onvoldoende garanties bood voor het behoud van data.
De hoogte van de boete is passend en in overeenstemming met het beleid. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €20.750 wegens onvoldoende registratie van rust- en arbeidstijden.