ECLI:NL:RVS:2023:25
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring na ontruiming woning wegens wanprestatie
Appellant had problemen met zijn buren, waardoor zijn huurovereenkomst door de kantonrechter Rotterdam wegens wanprestatie werd ontbonden en hij werd veroordeeld tot ontruiming. Na een kort geding en hoger beroep werd de ontbinding bekrachtigd en vond de ontruiming plaats. Appellant vroeg om een urgentieverklaring vanwege psychische en sociale problemen, maar het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht wees dit af omdat de situatie door eigen handelen was veroorzaakt en voorzienbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij ook werd overwogen dat appellant een andere woning aangeboden kreeg die hij niet accepteerde en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was. Appellant stelde in hoger beroep dat de uitspraak niet openbaar was gedaan, dat het verweerschrift te laat was ingediend en dat de hardheidsclausule ten onrechte niet werd toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de uitspraak wel openbaar was gedaan, de termijnoverschrijding van het verweerschrift een termijn van orde betrof zonder gevolgen, en dat het college terecht geen hardheidsclausule toepaste gezien de grote woningzoekendenpopulatie. Ook werd bevestigd dat het college en rechtbank mochten uitgaan van eerdere uitspraken over de wanprestatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.