ECLI:NL:RVS:2023:242
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Dublinbewaring wegens onvoldoende feitelijke toelichting en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 18 oktober 2022 in bewaring op grond van de Dublinprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de feitelijke toelichting bij de zware gronden (3a) en (3c) onvoldoende was. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat deze toelichtingen feitelijk juist waren, terwijl de toelichting niet duidelijk maakte dat de gronden zich daadwerkelijk voordeden. Omdat de zware gronden wegvielen, konden de lichte gronden (4c) en (4d) de bewaring niet dragen.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Omdat de bewaring al was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding van €1.700 toegekend over de periode van bewaring en de proceskosten van €2.511 werden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De bewaring wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke toelichting bij zware gronden en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.