ECLI:NL:RVS:2023:2395
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig bekendmaken beschikking omgevingsvergunning
Appellante diende op 14 maart 2019 een conceptaanvraag in voor een dakopbouw bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na aanvullende stukken en een definitieve aanvraag op 9 mei 2019, ontving zij op 31 mei 2019 een advies dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en geen vergunning kon worden verleend.
Ondanks ingebrekestellingen op 12 en 29 juli 2019 stelde appellante pas op 5 juni 2020 beroep in wegens het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijnoverschrijding. Appellante voerde aan dat zij de brief van 31 mei 2019 niet had ontvangen en dat het college naliet contact op te nemen.
De Raad van State oordeelt dat het beroep inderdaad onredelijk laat is ingesteld, omdat appellante redelijkerwijs geen besluit meer mocht verwachten na het advies en de ingebrekestellingen. De rechtbank heeft terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De opmerkingen over de aanvraag zijn overwegingen ten overvloede en niet van belang voor het dictum.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante is onredelijk laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.