ECLI:NL:RVS:2023:2350
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens onjuiste toepassing Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 5 november 2022 in bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, de zogenaamde Dublinbewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er voldoende aanknopingspunten waren voor overdracht op basis van de Dublinverordening. Het oude Schengenvisum van de vreemdeling was verlopen en vormde geen geldig aanknopingspunt meer voor overdracht. Dit werd bevestigd door het Bureau Dublin van de IND.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van € 500,00 voor de periode van bewaring. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.674,00. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig en hij kreeg een schadevergoeding toegekend.