ECLI:NL:RVS:2023:2317
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over handhaving geurhinder eendenslachterij Ermelo
De Stichting DOEH verzocht het college van burgemeester en wethouders van Ermelo handhavend op te treden tegen geurhinder veroorzaakt door een eendenslachterij op een perceel in Ermelo. Het college wees dit verzoek in 2019 af, waarna de Stichting bezwaar maakte. Het college herzag het besluit, maar wees het handhavingsverzoek opnieuw af op basis van controleverslagen van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. De rechtbank Gelderland vernietigde dit besluit in 2021 wegens onvoldoende onderzoek naar de verspreiding van geur afkomstig van afvalstoffen buiten de inrichting.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van de Stichting en het incidenteel hoger beroep van het college. De Afdeling oordeelde dat het voorschrift 8.1 van de milieuvergunning, dat geur van afvalstoffen buiten de inrichting verbiedt, een zelfstandige norm is waarop handhaving kan worden gebaseerd. De Afdeling verwierp het betoog van de Stichting dat dit voorschrift ook geur van het productieproces omvat, en het betoog van het college dat nader onderzoek onmogelijk zou zijn.
De Afdeling benadrukte dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het onmogelijk is om vast te stellen of het voorschrift wordt overtreden. De rapporten van de Omgevingsdienst bevatten aanwijzingen voor geurhinder door afvalstoffen, waarvoor geen nader onderzoek is gedaan. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat nader onderzoek noodzakelijk is en wees het hoger beroep van de Stichting en het incidenteel hoger beroep van het college af. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de Stichting.
Uitkomst: Hoger beroep en incidenteel hoger beroep ongegrond verklaard; uitspraak rechtbank bevestigd; college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.