ECLI:NL:RVS:2023:2199
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling kinderopvangtoeslag op basis van werkelijke inkomsten 2018
Appellant verzocht in januari 2018 om kinderopvangtoeslag, waarop de Belastingdienst een voorschot toekende van €19.250. Dit voorschot werd in april 2019 herzien naar €16.053 en in december 2020 definitief vastgesteld op €6.822. Appellant stelde dat de toeslag niet lager mocht zijn dan het voorschot omdat alle gegevens al bekend waren.
De rechtbank oordeelde dat appellant zijn werkelijke jaarinkomen niet had opgegeven en dat de Belastingdienst pas in februari 2020 via de Basisregistratie Inkomen over het juiste verzamelinkomen beschikte. De lagere vaststelling was daarom terecht en niet onrechtmatig.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij het maandinkomen had opgegeven conform de instructies en dat de Belastingdienst al eerder over de juiste gegevens beschikte. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant geen wijzigingen had doorgegeven en dat de bezwaarfase niet over het inkomen ging. De Belastingdienst mocht het voorschot op basis van de juiste gegevens herzien.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de lagere vaststelling van de kinderopvangtoeslag bevestigd.