ECLI:NL:RVS:2023:2086
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugbetaling lesgeld wegens te late aanvraag ondanks ziekte en bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om terugbetaling van het lesgeld voor het schooljaar 2018-2019 vanwege ernstige ziekte. De minister wees dit verzoek af omdat het te laat was ingediend, namelijk na afloop van het schooljaar. Appellant maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar na hoger beroep vernietigde de Afdeling dit besluit en gaf de minister opdracht een nieuw besluit te nemen.
De minister handhaafde de afwijzing, stellende dat appellant de aanvraag een jaar te laat had ingediend ondanks aanmaningen en dat er geen bewijs was dat appellant niet in staat was de aanvraag eerder te doen of hulp te vragen. Appellant voerde aan dat hij niet wist dat hij moest verzoeken om terugbetaling, dat hij de opleiding op advies van de school vóór 1 februari 2019 stopzette en dat hij vanwege zijn diagnose PDD-NOS en moeilijke thuissituatie niet in staat was tijdig te handelen.
De Afdeling oordeelde dat appellant niet vrijgesteld was van lesgeld omdat hij zich na 1 oktober had uitgeschreven en dat de aanvraag om terugbetaling vóór het einde van het schooljaar had moeten worden ingediend. De 1-februariregeling was niet van toepassing op lesgeld maar op de prestatiebeurs. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat niet was aangetoond dat ouders niet namens appellant konden handelen.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en bevestigde zij de afwijzing van de terugbetaling van het lesgeld. De minister hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot terugbetaling van lesgeld wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening.