ECLI:NL:RVS:2023:2020
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen weigering omgevingsvergunning chalet en blokhut
Appellante vroeg op 4 februari 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een chalet en een blokhut op een perceel te Dwingeloo. Het college verleende de vergunning van rechtswege, maar herroept deze later na bezwaar van derden en weigert alsnog de vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht zonder nadere zitting uitspraak deed en onvoldoende onderzoek deed naar de juistheid van de informatie van het college en de bezwaren van derden. De Afdeling constateerde dat de rechtbank de behandeling had geschorst maar partijen niet had gewezen op hun recht op een nadere zitting, wat in strijd is met artikel 8:64, vijfde lid, Awb. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het chalet en de blokhut niet passen binnen het bestemmingsplan "Buitengebieden Dwingeloo 1993" omdat zij niet aan te merken zijn als bijbehorende gebouwen bij een kampeerbedrijf. Het college mocht de vergunning weigeren vanwege strijd met het bestemmingsplan en de natuurontwikkelingsdoelstellingen. Ook was de weigering in lijn met het beleid voor kwaliteitsverbetering van recreatieparken. De overige beroepsgronden faalden. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.