ECLI:NL:RVS:2023:1940
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter bevestigt vergunning voor fietsenberging ondanks bezwaren woon- en leefklimaat
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 14 april 2020 een omgevingsvergunning aan de eigenaar van een perceel voor de bouw van een fietsenberging die in strijd is met het bestemmingsplan. De buurman, wonend naast het perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege de aantasting van zijn woon- en leefklimaat.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de buurman gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Hiertegen stelde de buurman hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het college beleidsruimte heeft om belangen af te wegen en dat de bestuursrechter toetst aan het recht en niet aan een goede ruimtelijke ordening.
De Raad van State concludeerde dat de fietsenberging geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor de buurman. De zonnestudie toonde aan dat er geen significante schaduwwerking is en het zichtverlies is aanvaardbaar gezien de omgeving. De wijziging in uitzicht en lichtinval is niet disproportioneel ten opzichte van de doelen van de vergunningverlening.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de fietsenberging blijft in stand.