ECLI:NL:RVS:2023:1927
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken belanghebbende bij omgevingsvergunning verbouwing woonboerderij
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout verleende op 18 november 2019 een omgevingsvergunning aan partij A voor het verbouwen van een woonboerderij, het afwijken van het bestemmingsplan en het kappen van een boom. Appellant, die de woonboerderij als ouderlijke woning beschouwt en deel uitmaakt van de nalatenschap van zijn overleden moeder, maakte bezwaar tegen deze vergunning. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant volgens hen geen belanghebbende was, aangezien het eigendom van de woning volgens een leveringsakte van 14 juni 2019 was overgegaan.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat appellant terecht niet als belanghebbende was aangemerkt en dat de levering rechtsgeldig was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de eigendomsoverdracht niet rechtsgeldig zou zijn, mede op grond van tuchtrechtelijke beslissingen tegen de notaris. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het eigendom op het moment van het besluit op bezwaar was overgegaan en dat appellant geen gevolgen ondervindt van de omgevingsvergunning.
De Afdeling concludeerde dat appellant geen belanghebbende is en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. De tuchtrechtelijke beslissingen tegen de notaris hebben geen invloed op de rechtsgeldigheid van de eigendomsoverdracht in deze bestuursrechtelijke procedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar van appellant blijft niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belanghebbende.