ECLI:NL:RVS:2023:1892
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling en proceskostenvergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 november 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vw Pro 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 2 maart 2023. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte slechts twee procespunten toekende voor de proceskostenvergoeding, terwijl ook een schriftelijke reactie op een aanvullend besluit van 20 oktober 2022 een half punt waard was volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze grief van de vreemdeling slaagt.
De overige grieven leiden niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, die op goede gronden heeft geoordeeld. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard voor zover het gaat om de proceskostenvergoeding, het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De Raad van State veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten voor het beroep en het hoger beroep, ter hoogte van €1255,50, exclusief griffierecht. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de proceskostenvergoeding, het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.