ECLI:NL:RVS:2023:1832
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Ommen over weigering herziening bestemmingsplan recreatiewoningen Lemele
Appellant, als rechtsopvolger van de oorspronkelijke partij, diende op 25 juni 2014 een aanvraag in voor wijziging van het bestemmingsplan om vijf recreatiewoningen te realiseren op twee percelen in Lemele. De raad van Ommen wees dit verzoek bij besluit van 3 februari 2022 af. Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen het genomen besluit zelf.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is, omdat de raad uiteindelijk wel een besluit heeft genomen. Vervolgens werd het besluit van 3 februari 2022 inhoudelijk getoetst. De raad had onvoldoende gemotiveerd waarom de voorgestelde wijziging in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening en had niet alle betrokken belangen op kenbare wijze afgewogen.
De Afdeling stelde vast dat het beleid uit 2003 dat de bouw van zomerhuizen beperkte, niet voldoende onderbouwd was in het besluit en dat verwijzingen naar het huidige beleid en andere beleidsdocumenten niet afdoende waren. Ook werd het belang van appellant onvoldoende betrokken. Daarom werd het besluit vernietigd en moest de raad opnieuw beslissen, met inachtneming van de motie van 3 februari 2022 en het eerdere besluit van 15 december 2009. De raad werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 3 februari 2022 wordt vernietigd en de raad moet opnieuw beslissen met een zorgvuldige belangenafweging en motivering.