ECLI:NL:RVS:2023:181
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens ontbreken goedgekeurde vloeistofdichte voorziening en opslag champignonmest
Het college van gedeputeerde staten van Limburg legde Bontrup drie lasten onder dwangsom op vanwege het ontbreken van een goedgekeurde vloeistofdichte voorziening en de opslag van champignonmest op een perceel te Venlo. Bontrup maakte bezwaar tegen deze lasten en stelde onder meer dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen was verjaard en dat de last onredelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de last betreffende de vloeistofdichte voorziening niet in stand kon blijven vanwege een onevenredige belangenafweging en vernietigde het besluit hierover en het daarop volgende invorderingsbesluit. De bevoegdheid tot invordering van de dwangsom voor de opslag van champignonmest was volgens de Afdeling daarentegen verjaard, waardoor het beroep hierover niet ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling stelde vast dat Bontrup zich bereidwillig had opgesteld en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom handhaving noodzakelijk was. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van Bontrup wordt gegrond verklaard voor de last betreffende de vloeistofdichte voorziening en niet-ontvankelijk voor de last betreffende opslag champignonmest; de besluiten worden vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.