ECLI:NL:RVS:2023:1778
Raad van State
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning staatsraad wegens mogelijke vooringenomenheid
In deze zaak heeft staatsraad W. den Ouden, lid van de meervoudige kamer die een hoger beroep behandelt, verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd gedaan omdat de aangevallen uitspraak was gewezen door een zetel waar mr. A. Drahmann deel van uitmaakte, die een collega en voormalig promovenda van de staatsraad is. Om iedere schijn van vooringenomenheid te vermijden, achtte de staatsraad verschoning noodzakelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek getoetst aan artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat de mogelijkheid tot verschoning regelt op grond van feiten en omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Gezien de persoonlijke relatie tussen de staatsraad en mr. Drahmann, werd het verzoek als gegrond beoordeeld.
De Afdeling besloot het verzoek tot verschoning toe te wijzen om de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak te waarborgen. De beslissing werd genomen door voorzitter E.A. Minderhoud en leden C.M. Wissels en E.J. Daalder, in aanwezigheid van griffier G.J. Deen, en uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2023.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van staatsraad W. den Ouden wordt toegewezen wegens mogelijke schijn van vooringenomenheid.