ECLI:NL:RVS:2023:1667

Raad van State

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
26 april 2023
Zaaknummer
202204408/2/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen aanleg landbouwsluis en verkeersbesluit Zeelberg Valkenswaard

Het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard besloot op 21 oktober 2021 een landbouwsluis aan te leggen in de Zeelberg te Valkenswaard en het weggedeelte voor motorvoertuigen te sluiten, met uitzondering van fietsers en bromfietsers. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard en door de rechtbank Oost-Brabant ongegrond werd bevonden. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening omdat het college was begonnen met voorbereidende werkzaamheden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker wel belanghebbende is bij het verkeersbesluit, in tegenstelling tot het oordeel van de rechtbank, omdat verzoeker in een buurtje woont met circa tien woningen die door de afsluiting worden getroffen. Omdat het college niet op de zitting verscheen en sinds de uitspraak van de rechtbank bijna een jaar was verstreken zonder inhoudelijke behandeling, woog het belang van verzoeker bij toegankelijkheid zwaarder dan het belang van het college om het besluit uit te voeren.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het verkeersbesluit geschorst tot uitspraak in hoger beroep en werd het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed.

Uitkomst: Het verkeersbesluit tot aanleg van de landbouwsluis wordt geschorst bij wijze van voorlopige voorziening tot uitspraak in hoger beroep.

Uitspraak

202204408/2/A2.
Datum uitspraak: 26 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) op het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Leende, gemeente Heeze-Leende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­Brabant van 19 mei 2022 in zaak nr. 21/1286 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard.
Openbare zitting gehouden op 26 april 2023 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter
griffier: mr. W. Dijkshoorn
Verschenen:
[verzoeker], vergezeld door [gemachtigde]
====================================
Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft het college besloten om in de Zeelberg te Valkenswaard, ter hoogte van huisnummer 82, een zogenoemde landbouwsluis aan te leggen en het weggedeelte in beide richtingen gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen, met uitzondering van fietsers en bromfietsers. Bij besluit van 20 april 3032 heeft het college het door [verzoeker] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij mondelinge uitspraak van 19 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door [verzoeker] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Verder heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, omdat het college is begonnen met voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de landbouwsluis.
De voorzieningenrechter
I.        wijst het verzoek toe;
II.       schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard van 21 oktober 2021, getiteld "Verkeersbesluit Landbouwsluis Zeelberg", tot uitspraak is gedaan op het hoger beroep van [verzoeker];
III.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,00 vergoedt.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
Op grond van het verhandelde op de zitting stelt de voorzieningenrechter het volgende vast:
-verzoeker woont in een buurtje waar ongeveer tien woningen staan;
-niet gebleken is dat anderen dan deze ongeveer tien bewoners last zullen hebben van de afsluiting van de Zeelberg, anders dan verkeersdeelnemers afkomstig uit België.
Onder deze omstandigheden komt de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, verzoeker wel belanghebbende is bij het verkeersbesluit.
De volgende vraag is of een voorlopige voorziening moet worden getroffen. De rechtbank heeft geen oordeel gegeven over de inhoud van het verkeersbesluit. Er heeft ook geen inhoudelijke behandeling van het bezwaar plaatsgevonden. Het college is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen. Sinds de uitspraak van de rechtbank is bijna een jaar verstreken. Onder die omstandigheden weegt het belang van verzoeker bij het toegankelijk blijven van de Zeelberg zwaarder dan het belang van het college om op dit moment al uitvoering aan het verkeersbesluit te geven.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Dijkshoorn
griffier
735