ECLI:NL:RVS:2023:1663
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning aanleg waterpartij wegens onvoldoende motivering onevenredige aantasting landschap
Appellant wilde op zijn perceel in Nieuwer Ter Aa een waterpartij aanleggen en vroeg hiervoor een omgevingsvergunning aan. Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht weigerde deze vergunning omdat de waterpartij volgens hen de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden van het gebied onevenredig zou aantasten. Na een eerdere herroeping van het besluit, verving het college het besluit in juni 2021, waarbij het opnieuw de vergunning weigerde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat het rapport waarop het college zich baseerde onvoldoende rekening hield met bestaande landschapselementen op het perceel, zoals bomenrijen en een geriefbosje, die de zichtbaarheid van de waterpartij beperken. Hierdoor was niet duidelijk of de waterpartij daadwerkelijk een onevenredige aantasting van het cultuurhistorisch landschap zou veroorzaken.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 15 juni 2021 en ook het eerdere besluit van 23 juni 2020 vanwege geconstateerde gebreken. Het college moet nu opnieuw beslissen, met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar wel het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning voor de aanleg van de waterpartij wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen.