ECLI:NL:RVS:2023:1648
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke boete wegens niet-ingeschreven VOG in Personenregister Kinderopvang bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda legde een boete op aan een kindercentrum omdat een meerderjarige persoon, die in de basisregistratie personen stond ingeschreven op hetzelfde adres als het kindercentrum, niet was gekoppeld met een verklaring omtrent het gedrag (VOG) in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Het kindercentrum betwistte de overtreding, stellende dat de persoon feitelijk woonde op een ander adres binnen hetzelfde pand, gesplitst in boven- en benedenverdieping.
De rechtbank oordeelde dat de inschrijving in de basisregistratie personen een vermoeden van hoofdverblijf op het adres van het kindercentrum oplevert en dat het kindercentrum onvoldoende bewijs leverde dat dit onjuist was. Ook het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen omdat de verklaringen niet relevant waren voor de woonsituatie. Het college matigde de boete wel van €4.000 naar €3.000 vanwege het tijdsverloop in de bezwaarprocedure.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank. Het college handelde niet willekeurig bij het matigen van de boete en het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de vergelijkingen met andere kindercentra niet relevant waren. Proceskosten werden niet toegekend omdat de boete niet onrechtmatig was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €3.000 aan het kindercentrum bevestigd.