ECLI:NL:RVS:2023:1646
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over proceskostenvergoeding handhavingsbesluit Deurne
Het college van burgemeester en wethouders van Deurne weigerde handhavend op te treden tegen een bijgebouw en garagebedrijf op een perceel. Wederpartij diende een verzoek tot handhaving in, dat door het college werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de rechtbank het beroep van wederpartij gegrond en oordeelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door niet de volledige proceskosten te vergoeden.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij het betoogde dat wederpartij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat geen recht op proceskostenvergoeding bestond omdat het primaire besluit niet was herroepen wegens aan het college toe te rekenen onrechtmatigheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 7:15 Awb Pro alleen vergoeding van kosten bij herroeping van het besluit toestaat, maar dat het college in het besluit op bezwaar weliswaar erkende dat herroeping niet aan de orde was, maar desalniettemin tot vergoeding van kosten overging conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college onzorgvuldig handelde door niet de volledige kosten te vergoeden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.674,00 en tot betaling van griffierecht van € 548,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college moet de proceskosten en griffierecht vergoeden.