ECLI:NL:RVS:2023:1619
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door staatssecretaris
Bij besluit van 26 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 16 maart 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.