ECLI:NL:RVS:2023:1560
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument voor verzorgende ouder van Nederlandse kinderen
De vreemdeling vroeg om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van zijn rol als verzorgende ouder van vijf minderjarige Nederlandse kinderen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de vreemdeling de biologische of juridische vader was van vier van de kinderen en het gezag over hen had. De beoordeling werd daarom beperkt tot één kind waarvan de vreemdeling de biologische vader is.
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris ook de afhankelijkheidsverhouding met de andere kinderen moest beoordelen, ongeacht het gezag of vaderschap. De Raad van State bevestigde dat voor een beroep op artikel 20 VWEU Pro niet vereist is dat de ouder het gezag of de familierechtelijke relatie aannemelijk maakt, maar dat de afhankelijkheid van het kind centraal staat.
De Raad van State vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat de staatssecretaris de aanvraag opnieuw moet beoordelen met inachtneming van de afhankelijkheidsverhouding met alle kinderen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument wordt vernietigd en de aanvraag moet opnieuw worden beoordeeld met inachtneming van de afhankelijkheidsverhouding met alle kinderen.