ECLI:NL:RVS:2023:152
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over procesbelang bij openbaarmaking Wob-documenten
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloot op 5 november 2019 om bepaalde informatie, waaronder geanonimiseerde processtukken over JT International, deels openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). JT International maakte bezwaar tegen deze openbaarmaking, maar de minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat JT International wel procesbelang heeft omdat de openbaarmaking schade kan veroorzaken, en gaf de minister opdracht het bezwaar inhoudelijk te behandelen. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat het ontbreken van een verzoek om voorlopige voorziening het procesbelang uitsluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit standpunt en stelde dat het niet aanvragen van een voorlopige voorziening niet betekent dat het bezwaar en beroep niet ontvankelijk zijn. De Raad bevestigde dat JT International voldoende procesbelang heeft vanwege mogelijke financiële en reputatieschade door openbaarmaking. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister moet een nieuw besluit op bezwaar nemen en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.