ECLI:NL:RVS:2023:112
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bezwaar staatssecretaris over PFAS-afvaloverbrenging naar België
Indaver IWS brengt PFAS-houdend afval vanuit Nederland over naar de verbrandingsinrichting van Indaver N.V. in Antwerpen, waar het afval wordt verbrand in draaitrommelovens (DTO’s) bij circa 1040 °C. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat maakte bezwaar tegen twaalf overbrengingsbesluiten, stellende dat de verbrandingstemperatuur niet voldoet aan de minimumeisen van 1100 °C uit de Richtlijn industriële emissies (Rie), waardoor niet de beste beschikbare technieken worden toegepast en er PFAS-emissies optreden.
Indaver IWS betwist dit bezwaar en voert aan dat de DTO’s, ondanks de lagere temperatuur, een efficiënt verbrandingsproces bieden door factoren als verblijftijd en turbulentie, en dat de vergunning op grond van artikel 51 Rie Pro afwijking toestaat. Ook bestrijdt zij dat de inrichting de bron is van verhoogde PFAS-concentraties in de omgeving en dat het afvalwater adequaat wordt gezuiverd. De notitie van het RIVM, waarop de staatssecretaris zich baseert, is volgens Indaver IWS niet specifiek voor de toegepaste techniek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling van de standpunten en dat er voldoende twijfel bestaat over de juistheid van de bezwaren van de staatssecretaris. Gezien het feit dat de vergunning de verbranding bij 1040 °C toestaat en de staatssecretaris jarenlang toestemming gaf, wordt het bezwaar geschorst en wordt Indaver IWS voorlopige toestemming verleend. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt geschorst in zijn bezwaar tegen de overbrenging van PFAS-houdend afval en Indaver IWS krijgt voorlopige toestemming voor de overbrengingen.