ECLI:NL:RVS:2022:979
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 februari 2022 een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 17 maart 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 31 maart 2022 geoordeeld dat aangezien het hoger beroep reeds op die dag is behandeld, er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier M.T. Annen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en betreft een bestuursrechtelijke procedure binnen het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.