ECLI:NL:RVS:2022:973
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 juli 2020 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor meerdere vreemdelingen afgewezen. Na een bezwaarprocedure werd dit besluit door de staatssecretaris gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarmee de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank zou worden opgeschort totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het direct verlenen van de machtiging en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de tegenpartij, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.