ECLI:NL:RVS:2022:937
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek voetgangersoversteekplaats nabij station Kerkrade
De oogvereniging verzocht het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade om een voetgangersoversteekplaats (vop) te realiseren nabij de bushalte bij het station Kerkrade. Het college wees dit verzoek op 3 juli 2019 af vanwege verkeersveiligheidsrisico's, met name door een onoverzichtelijke bocht en de ligging van de bushalte. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de oogvereniging ongegrond, waarna de oogvereniging hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college een ruime beoordelings- en beleidsruimte heeft bij verkeersbesluiten en dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. De verkeersveiligheid, waaronder het risico op schijnveiligheid door de locatie van de vop en de bushalte, werd als doorslaggevend beschouwd. Hoewel de situatie voor visueel beperkten niet ideaal is, is niet aannemelijk dat de huidige situatie dermate onveilig is dat een vop moet worden aangelegd.
De Raad van State verwierp het beroep van de oogvereniging, onder meer omdat het college de belangen van mensen met een visuele beperking heeft meegewogen en omdat het beroep op het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap niet tot een andere uitkomst leidt. De alternatieven voor de vop en de financiële belangen van het college vielen buiten het kader van deze procedure. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de oogvereniging wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een voetgangersoversteekplaats wordt bevestigd.