ECLI:NL:RVS:2022:884
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 februari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, welke verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 23 maart 2022 door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier S. Bechinka. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen onmiddellijke uitzetting en wordt zijn toegang tot voorzieningen gewaarborgd totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.