ECLI:NL:RVS:2022:882
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en weigering opvang vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 februari 2022 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 maart 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld, waarbij werd overwogen dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Tevens werden de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling afgewogen. Gezien deze belangen en het voorlopig oordeel werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek om te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet voordat het hoger beroep is beslist, alsmede het verzoek om opvang en verstrekkingen, werd daarom afgewezen. De staatssecretaris is niet verplicht gesteld proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 23 maart 2022 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en weigering van opvang wordt afgewezen.