ECLI:NL:RVS:2022:810
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vreemdelingenbewaring door staatssecretaris na beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 19 januari 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 februari 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Tevens werd verwezen naar een eerdere uitspraak van de Afdeling over de bevoegdheid van de staatssecretaris om een burger van de Unie in vreemdelingenbewaring te stellen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.