ECLI:NL:RVS:2022:666
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over militaire dienstplicht
De vreemdeling, afkomstig uit Eritrea, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees dit verzoek op 10 februari 2021 af, waarbij hij twijfels had over de identiteit van de vreemdeling en haar verklaringen over de militaire dienstplicht niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde echter hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom haar vrees voor militaire dienstplicht bij terugkeer niet gegrond zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in het besluit niet is ingegaan op het betoog van de vreemdeling dat zij inmiddels de dienstplichtige leeftijd heeft bereikt en bij terugkeer een reëel risico loopt op gedwongen militaire dienst. De rechtbank had bovendien een eigen oordeel gegeven over het beleid zonder het besluit van de staatssecretaris te toetsen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de vrees voor militaire dienstplicht.