ECLI:NL:RVS:2022:624
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor kleinschalige bed & breakfast in bijgebouw ondanks bezwaren omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 16 december 2019 een omgevingsvergunning voor het herinrichten van een bijgebouw bij een woning ten behoeve van een bed & breakfast (B&B). Het bijgebouw is een vrijstaand bouwwerk dat volgens het bestemmingsplan niet bestemd is voor een B&B, maar het college stelde dat afwijking mogelijk is omdat een B&B binnen het hoofdgebouw wel is toegestaan en het gebruik in het bijgebouw een ondergeschikte functie blijft.
Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege vrees voor overlast en het ontbreken van toezicht, omdat de eigenaar in Rotterdam woont en de B&B twee verblijfsruimtes met eigen keukenvoorzieningen heeft, waardoor geen directe betrokkenheid van de eigenaar wordt gegarandeerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen en dat de B&B ruimtelijk aanvaardbaar is vanwege de kleinschaligheid en het feit dat het hoofdgebouw bewoond blijft. De vrees voor overlast is onvoldoende onderbouwd en handhaving kan via de Algemene plaatselijke verordening worden gevraagd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunning voor de B&B in het bijgebouw is bevestigd.