ECLI:NL:RVS:2022:607
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar dat op 11 maart 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 14 december 2021 eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening te treffen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00 die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper en uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2022.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.