ECLI:NL:RVS:2022:545
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 januari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid wordt verricht en beoordeeld. Hierdoor kon de bestuursrechter niet effectief toetsen of het besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was. Dit leidde tot de conclusie dat het hoger beroep gegrond is.
De uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris werden vernietigd. De staatssecretaris moet opnieuw op de aanvraag beslissen met inachtneming van de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen.