ECLI:NL:RVS:2022:540
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 23 december 2021 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 januari 2022 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van algemeen belang waren, mede omdat een relevante rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 2 juni 2021.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot bewaring bevestigd.