ECLI:NL:RVS:2022:537
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening stillegging werkzaamheden perceel
Bij uitspraak van 14 februari 2022 had de voorzieningenrechter het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland opgedragen de werkzaamheden op het perceel van verzoeker per 15 februari 2022 stil te leggen. Op de zitting van 16 februari 2022 is ambtshalve bezien of deze voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden opgeheven of gewijzigd.
De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening opgeheven. Daarbij is meegewogen dat verzoeker pas laat in de procedure een verzoek tot voorlopige voorziening heeft ingediend, terwijl het projectplan al op 28 april 2020 was vastgesteld en de werkzaamheden sinds november van het voorgaande jaar waren gestart. Stillegging zou leiden tot een aanzienlijke vertraging tot oktober en veiligheidsrisico’s veroorzaken, onder meer door het afzagen van een deel van de damwand en het verwijderen van schoorpalen, wat de damwand verzwakt.
Ook het scheepvaartverkeer op de Gouwe zou langdurig hinder ondervinden door de vereiste veiligheidsmaatregelen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de werkzaamheden geen schade aan de woning van verzoeker zullen veroorzaken, maar mocht dit onverhoopt toch gebeuren, dan zal het provinciebestuur de schade herstellen of vergoeden. De discussie over de kadastrale perceelsgrens is niet relevant voor de afweging.
Verder is het niet uitgesloten dat een minder robuuste damwandconstructie nodig is, maar dit nadeel weegt minder zwaar dan de belangen bij opheffing van de voorlopige voorziening. Er is geen spoedeisend belang voor een afzonderlijke voorziening voor de tweede fase van de werkzaamheden die in oktober begint. Verzoeker kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen als het projectplan wijzigt.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot stillegging van de werkzaamheden op het perceel van verzoeker wordt opgeheven.