ECLI:NL:RVS:2022:537

Raad van State

Datum uitspraak
16 februari 2022
Publicatiedatum
20 februari 2022
Zaaknummer
202102771/3/R1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:87 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige voorziening stillegging werkzaamheden perceel

Bij uitspraak van 14 februari 2022 had de voorzieningenrechter het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland opgedragen de werkzaamheden op het perceel van verzoeker per 15 februari 2022 stil te leggen. Op de zitting van 16 februari 2022 is ambtshalve bezien of deze voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden opgeheven of gewijzigd.

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening opgeheven. Daarbij is meegewogen dat verzoeker pas laat in de procedure een verzoek tot voorlopige voorziening heeft ingediend, terwijl het projectplan al op 28 april 2020 was vastgesteld en de werkzaamheden sinds november van het voorgaande jaar waren gestart. Stillegging zou leiden tot een aanzienlijke vertraging tot oktober en veiligheidsrisico’s veroorzaken, onder meer door het afzagen van een deel van de damwand en het verwijderen van schoorpalen, wat de damwand verzwakt.

Ook het scheepvaartverkeer op de Gouwe zou langdurig hinder ondervinden door de vereiste veiligheidsmaatregelen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de werkzaamheden geen schade aan de woning van verzoeker zullen veroorzaken, maar mocht dit onverhoopt toch gebeuren, dan zal het provinciebestuur de schade herstellen of vergoeden. De discussie over de kadastrale perceelsgrens is niet relevant voor de afweging.

Verder is het niet uitgesloten dat een minder robuuste damwandconstructie nodig is, maar dit nadeel weegt minder zwaar dan de belangen bij opheffing van de voorlopige voorziening. Er is geen spoedeisend belang voor een afzonderlijke voorziening voor de tweede fase van de werkzaamheden die in oktober begint. Verzoeker kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen als het projectplan wijzigt.

Uitkomst: De voorlopige voorziening tot stillegging van de werkzaamheden op het perceel van verzoeker wordt opgeheven.

Uitspraak

202102771/3/R1.
Datum uitspraak: 16 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inhoudende opheffing van de getroffen voorlopige voorziening (artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht(hierna: Awb)) in het hoger beroep van onder meer:
[verzoeker],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 maart 2021 in zaak nr. 20/4615, 20/4618, 20/42622, 20/4624 t/m 20/4630, 20/4632 in het geding tussen:
[verzoeker] en andere appellanten,
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
Openbare zitting gehouden op 16 februari 2022 om 15:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter
griffier: mr. A.L. van Driel Kluit
Verschenen:
college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, vertegenwoordigd door mr. L. van der Meulen, advocaat te Den Haag, en mr. T.N.F. van Gaarden, R.J.C. van Gemerden, M.L.H. Louwman en R. Weeda;
[verzoeker], bijgestaan door [gemachtigden];
Bij uitspraak van 14 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:466, heeft de voorzieningenrechter op verzoek van [verzoeker] het college opgedragen de werkzaamheden op het perceel van [verzoeker] per 15 februari 2022 stil te leggen. Op de zitting is ambtshalve bezien of aanleiding bestaat de bij die uitspraak getroffen voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:87 van Pro de Awb op te heffen of te wijzigen.
De voorzieningenrechter heft de voorlopige voorziening die is getroffen in de uitspraak van 14 februari 2022 op. Het college hoeft het door [verzoeker] betaalde griffierecht niet te vergoeden.
De voorzieningenrechter licht toe dat zij heeft meegewogen dat [verzoeker] pas laat in de procedure een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend, terwijl het projectplan op 28 april 2020 is vastgesteld en de werkzaamheden al in november vorig jaar zijn begonnen. De voorzieningenrechter heeft ook meegewogen dat niet in geschil is dat stillegging van de werkzaamheden er toe zou leiden dat deze niet eerder dan in oktober zouden kunnen worden hervat en dat het voor langere tijd stil laten leggen van de werkzaamheden veiligheidsrisico’s met zich brengt. Deze risico’s wegen zwaar mee. Een deel van de deksloof van de bestaande damwand is inmiddels afgezaagd en op een enkele plek is al een schoorpaal weggehaald waardoor de bestaande damwand zwakker is geworden. Ook het scheepvaartverkeer op de Gouwe ondervindt dan voor een langere tijd hinder van beperkende maatregelen die vanwege de veiligheid vereist zijn. De voorzieningenrechter gaat er op voorhand van uit dat de werkzaamheden niet zullen leiden tot schade aan de woning van [verzoeker]. Als onverhoopt toch schade zal ontstaan als gevolg van de werkzaamheden, moet het provinciebestuur deze schade herstellen of vergoeden. De voorzieningenrechter acht de discussie tussen partijen over de precieze ligging van de kadastrale perceelsgrens niet relevant voor de afweging. Verder acht de voorzieningenrechter het niet uitgesloten dat achteraf blijkt dat een minder robuuste damwandconstructie nodig is. Dit nadeel voor [verzoeker] weegt echter minder zwaar dan de belangen die gemoeid zijn met het opheffen van de getroffen voorlopige voorziening. Vaststaat dat de damwandconstructie moet worden vervangen en vervanging daarvan is hoe dan ook ingrijpend. Verder is de voorzieningenrechter op voorhand van oordeel dat niet aannemelijk is dat de inlaten voor het te realiseren infiltratiesysteem in verband met de gevolgen van de klimaatverandering te hoog in de damwandconstructie zullen worden aangebracht. De voorzieningenrechter ziet verder geen aanleiding om alleen een voorziening te treffen voor de tweede fase van de werkzaamheden die in oktober zal beginnen, zoals door [gemachtigde] is geopperd. Er bestaat nu geen spoedeisend belang bij een dergelijke voorziening. Te zijner tijd zal duidelijk zijn in hoeverre het projectplan is gewijzigd en kunnen appellanten eventueel een nieuw verzoek om het treffen van een voorlopig voorziening indienen.
De voorzieningenrechter is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
w.g. Van Driel Kluit
griffier
703