ECLI:NL:RVS:2022:470
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 mei 2020 aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2021 hun beroepen ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond is en bepaalde dat de vreemdelingen niet uitgezet mogen worden zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 15 februari 2022 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en proceskosten worden aan hen toegekend.