ECLI:NL:RVS:2022:467

Raad van State

Datum uitspraak
14 februari 2022
Publicatiedatum
15 februari 2022
Zaaknummer
202102864/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 3 Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om wraking van gehele Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State afgewezen

Verzoekers hebben bij brief van 4 januari 2022 een verzoek om wraking ingediend tegen de gehele Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit verzoek was ingegeven door een incident waarbij de Afdeling verzoekers vroeg hun hoger beroep in te trekken na een melding dat een van hen met onbekende bestemming was vertrokken, terwijl de Afdeling niet had bevestigd de reactie van verzoekers te hebben ontvangen.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het mogelijk maakt om individuele rechters te wraken op grond van feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Wraking tegen het gehele college is echter niet toegestaan volgens de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022.

Omdat het wrakingsverzoek niet gericht was tegen een individuele staatsraad maar tegen het gehele college, kwalificeerde het verzoek niet als een wrakingsverzoek in de zin van de wet. Daarom heeft de Afdeling het verzoek buiten behandeling gelaten.

De beslissing is genomen door voorzitter Scholten-Hinloopen en leden Drop en Knol, in aanwezigheid van griffier Tibold, en uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2022.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de gehele Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt buiten behandeling gelaten.

Uitspraak

202102864/2/V1.
Datum beslissing: 14 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoekers],
verzoekers,
om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Procesverloop
Bij brief van 4 januari 2022 hebben de verzoekers, vertegenwoordigd door mr. N.B. Swart, advocaat te Groningen, verzocht om wraking in de zaak nr. 202102864/1/V1.
Bij brief van 14 februari 2022 hebben de verzoekers desgevraagd een nadere toelichting gegeven en laten weten dat het verzoek om wraking gericht is tegen de gehele Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).
Overwegingen
1.       Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van Pro de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.       Ingevolge artikel 3, derde lid, aanhef en onder d, van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022 kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig.
3.       Verzoekers hebben aan hun verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de Afdeling hen op 7 juli 2021 heeft gevraagd of zij aanleiding zien om hun hoger beroep in te trekken, naar aanleiding van de melding van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 5 juli 2021, dat een van de verzoekers met onbekende bestemming is vertrokken. Verzoekers hebben bij brief van 20 juli 2021 laten weten dat zij hun hoger beroep niet intrekken. De Afdeling heeft niet laten weten deze brief te hebben ontvangen. De verzoekers vinden dat de Afdeling met deze nalatigheid en met haar algemene handelwijze met betrekking tot het versturen van een intrekkingsverklaring na een melding dat een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt.
4.       Dit verzoek om wraking is zowel uitdrukkelijk als naar zijn strekking gericht tegen de gehele Afdeling. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2012:1059), is de strekking van artikel 8:15 van Pro de Awb gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van dat artikel, gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid. Een wrakingsgrond moet gelegen zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Een wrakingsverzoek kan niet het rechterlijk college als zodanig betreffen.
5.       Het verzoek om wraking is, gelet op wat de verzoekers daaraan ten grondslag hebben gelegd, niet gericht tegen een staatsraad die de zaak behandelt, maar tegen de Afdeling als zodanig. Daarom is het verzoek geen verzoek om wraking in de zin van de wet en kan dit dan ook niet in behandeling worden genomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
laat het verzoek buiten behandeling.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. P.H.A. Knol, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Scholten-Hinloopen
voorzitter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2022
853