ECLI:NL:RVS:2022:451
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 januari 2021 een asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 11 maart 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming rechtvaardigen.
De Raad van State verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder het arrest van 10 juni 2021 van het Hof van Justitie van de Europese Unie, en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.