ECLI:NL:RVS:2022:4008
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 november 2020 een aanvraag van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 23 maart 2021 ongegrond werd verklaard. Na een nadere motivering op 25 februari 2022 stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 november 2022 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de situatie aanleiding gaf voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 30 december 2022.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.