ECLI:NL:RVS:2022:3927
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 februari 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 oktober 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. In het hoger beroep stelde de staatssecretaris dat de rechtbank een onjuiste uitleg gaf aan het beleid omtrent risicogroepen, maar erkende ook dat hij zijn standpunt onvoldoende had onderbouwd.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De staatssecretaris moet de vraag of de vreemdeling behoort tot een risicogroep opnieuw beoordelen zonder gebonden te zijn aan de eerdere onjuiste beleidsuitleg van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.