ECLI:NL:RVS:2022:3923
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende de vergunning uiteindelijk bij besluit van 27 juli 2022, zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit zelf ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die rechtvaardigen dat de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Dit omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een vergelijkbare zaak, met betrekking tot de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en beginselen van Unierechtelijke gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en effectieve rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.