ECLI:NL:RVS:2022:3846
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep bij Raad van State
Bij besluiten van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 24 mei 2022 de beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep betrof onder meer rechtsvragen die reeds eerder door de Afdeling waren beantwoord, waaronder de toepassing van artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel, het doeltreffendheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.