ECLI:NL:RVS:2022:3796
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende uiteindelijk op 3 mei 2022 de vergunning, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 3 mei 2022 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin dezelfde rechtsvragen zijn beantwoord, met name over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en relevante rechtsbeginselen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.