ECLI:NL:RVS:2022:3794
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 augustus 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 november 2022 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen ervan in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de procedure en waarborgt zijn toegang tot opvang en verstrekkingen in afwachting van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.