ECLI:NL:RVS:2022:3769
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over dwangsom bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde de staatssecretaris op binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100 per dag vertraging tot maximaal € 7.500.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank zonder verdere motivering, omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een vergelijkbare zaak.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 379,50, vanwege de behandeling van het hoger beroep. De zaak werd als licht aangemerkt en een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met oplegging van proceskostenveroordeling.