ECLI:NL:RVS:2022:3768
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 15 juni 2020 opnieuw is afgewezen. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak de staatssecretaris de gelegenheid gegeven om het besluit te herstellen, waarna het besluit is aangevuld. Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de staatssecretaris de homoseksuele geaardheid van de vreemdeling niet ten onrechte ongeloofwaardig acht. Tevens is voldoende gemotiveerd dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn toegedichte homoseksuele geaardheid problemen in Oeganda kan verwachten.
De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank over en ziet geen aanleiding tot verdere motivering, aangezien het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarmee de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.